De Laatste Avond in Rotterdam

Lotte stapte het kantoor van het grafisch ontwerpbureau uit, haar tas zwaar van de laptop en een map met schetsen. De novemberavond viel kil en vochtig over de Witte de Withstraat. Ze trok haar kraag op en wilde net de hoek omslaan richting de tramhalte toen ze een gestalte zag die haar pas deed stokken.

Daan leunde tegen de geparkeerde bakfiets voor de deur, alsof hij daar al een uur stond te wachten. Zijn handen diep in de zakken van zijn overjas.

"Lotte."

"Daan. Wat doe jij hier? Je haat de binnenstad om deze tijd."

Hij glimlachte niet. "Ik moet je spreken."

"Dat kan ook thuis, met een kop thee. Ik ben bekaf."

"Thuis is het punt." Hij zette een stap naar voren. "Ik heb besloten: jij stopt met werken. Morgen schrijf je je ontslagbrief."

Lotte knipperde tegen de felle straatlantaarn. "Sorry?"

"Mijn ouders in Odoorn worden oud. Mijn moeder kan de trap niet meer op, mijn vader vergeet het gas uit te draaien. Er moet iemand bij hen in huis komen. Jij dus."

"Jij dus," herhaalde ze zacht. "Wat een charmante uitnodiging. Heb je er zelf ook over nagedacht of is dit een ingeving van hogerhand?"

"Niet flauw doen. Het is geregeld. Ik rijd vrijdag voor, dan laad ik je spullen in de bus." Hij keek op zijn horloge, niet naar haar.

"En mijn klanten dan? Mijn contracten?"

"Zeg maar dat het niet anders kan."

Lotte voelde een koude knoop in haar maag, maar haar stem bleef verrassend kalm. "Weet je, Daan? Laten we dit thuis uitpraten. Ik ga nu naar de tram."

"Niet nodig." Hij duwde zich af van de bakfiets. "Ik heb gezegd wat ik moest zeggen. Tot straks."

Hij liep weg, zijn schouders hoekig afgetekend tegen de lichten van een snackbar. Ze bleef achter op de stoep, een map met onaffe ontwerpen onder haar arm en een toekomst die zojuist door iemand anders was ingevuld.

In de supermarkt op de hoek van de Nieuwe Binnenweg liep ze Lize tegen het lijf. Lize was haar studiomaatje van de kunstacademie geweest, werkte nu als illustrator en had een antenne voor onraad.

"Wat sta jij naar die pakken havermelk te staren alsof ze je moeder hebben vermoord?" vroeg Lize terwijl ze een mandje op de grond zette.

Lotte vertelde het. In een paar zinnen. Lize's mond zakte open.

"Wacht. Hij wil dat jíj ontslag neemt om zijn ouders in Drenthe te gaan verzorgen? Heeft hij zelf geen benen? Of een telefoon om thuiszorg te bellen?"

"Hij heeft ook nog een zus."

"Laat me raden. Die zus heeft een druk leven."

"Druk leven. Kinderen. Hond die speciale brokjes nodig heeft."

Lize pakte Lotte's arm. "Zeg dat je nee zegt. Nee is een volzin. Kom bij mij logeren. Nu meteen."

Maar Lotte schudde haar hoofd. Haar gedachten tolden, niet van paniek, maar van iets anders. Iets wat al maanden onder de oppervlakte broeide.

Thuis trof ze Daan aan de keukentafel. Voor hem lag een bijna lege zak bitterballen en een half glas bier. Hij keek niet op van zijn telefoon.

"Er staat nog wat stamppot in de koelkast," zei Lotte.

"Straks."

Ze ging tegenover hem zitten. "Wat gebeurt er eigenlijk met jouw baan? Ga jij minder werken? Pendelen? Elke dag vanuit Odoorn naar je kantoor in Capelle is niet te doen."

"Daar hebben we het later wel over." Hij veegde een vette vinger af aan zijn broek.

"Ik wil het er nu over hebben."

Zijn ogen schoten eindelijk naar haar. "Luister. Die discussie hebben we gehad. Mijn ouders hebben hulp nodig. Jij bent beschikbaar. Punt."

"Beschikbaar," herhaalde Lotte. "Alsof ik een auto ben die toevallig voor de deur staat."

"Schei uit met dat feministische gelul."

Ze stond op. Haar hart bonsde, maar haar handen waren stil. "Ik ga even douchen."

Onder de straal liet ze het water over haar gezicht lopen. Warm. Helder. En ze nam een besluit.

Toen ze de badkamer uitkwam stond Daan in de gang. Hij had zijn jas weer aan. "Ik ga nog even naar een vriend. Denk eraan: vrijdag. Vroeg."

"Vrijdag," zei ze. "Ik zal eraan denken."

De volgende ochtend belde zijn moeder. Lotte zat alleen aan de ontbijttafel, omringd door de stilte van een huis dat Daan al voor dag en dauw had verlaten. Het scherm lichtte op: *Moeder Daan*.

"Lotte, kindje! Wat fijn. Daan zei dat je komt. We hebben de logeerkamer al leeggehaald. Het is niet groot, maar het bed ligt goed. En ik heb gisteren appeltaart gebakken. Echte Drentse."

"Wat attent van u," zei Lotte vriendelijk.

"Zeg maar jij hoor, we gaan zo ongeveer samenwonen! Mijn heup doet het niet meer en vader wordt ook een dagje ouder, je weet hoe dat gaat. We zijn zo blij dat jij komt helpen. De tuin moet ook nodig gesnoeid. En de ramen aan de achterkant zijn al een jaar niet gelapt."

"Ik begrijp het," antwoordde Lotte. "Dank u voor de appeltaart."

"Wanneer kunnen we je verwachten, schat?"

"Dank u voor de appeltaart," herhaalde Lotte zacht, en verbrak de verbinding.

Ze belde haar advocaat. Een oud-studiegenoot die ze nog kende van de tijd dat ze rechten overwoog. Het gesprek duurde twaalf minuten. Daarna opende ze haar laptop en logde in op de gezamenlijke rekening.

Daan had haar nooit serieus genomen als kostwinner, maar de afgelopen vijf jaar had zij het leeuwendeel van de hypotheek betaald. Dat wist hij. Wat hij niet wist, was dat de spaarrekening voor de verbouwing op haar naam stond. Dat had ze stilletjes geregeld na die ene ruzie over zijn gokschulden van twee jaar geleden.

Ze maakte het volledige bedrag over naar haar eigen rekening. Iedere cent. Drieëndertigduizend euro.

De telefoon ging. Zijn zus, Renske.

"Hee Lotte, met mij! Joh, wat fijn dat je het doet. Ik hoor net van Daan dat je vrijdag al komt. Ik vind het zó knap van je. Echt. Ik zou het niet kunnen, met mijn agenda."

"Wat staat er vandaag op je agenda, Renske?"

"Nou, vanmiddag een yogales, en daarna koffie met een vriendin. Waarom?"

"Zomaar. Veel plezier."

Ze hing op en begon in te pakken. Niet voor Odoorn. Ze haalde twee weekendtassen van zolder en vulde ze met kleren, schoenen, haar map met belangrijke documenten. Toen Daan die avond thuiskwam, stonden de tassen in de hal.

Hij zag ze meteen en zijn gezicht ontspande in een zelfvoldane grijns.

"Kijk eens aan. Toch bij zinnen gekomen."

"Zoiets," zei Lotte.

"Heb je mijn moeder gebeld? Ze zei dat je heel aardig was aan de lijn. Ze is al helemaal blij."

"Ik heb haar bedankt voor de taart."

"Mooi. Mooi." Hij wreef in zijn handen. "Dan gaan we er vrijdag tegenaan. Zal ik de bus regelen?"

"Regel jij de bus maar," antwoordde ze.

Ze sliep die nacht in de logeerkamer. Het was de eerste keer in acht jaar dat ze niet naast hem lag. Ze sliep dieper dan ze in maanden had gedaan.

Vrijdagochtend. Daan stond om half acht al in de keuken, ongeschoren en opgewonden als een jongetje voor een schoolreisje. Hij had zelfs een thermoskan koffie klaargemaakt.

"Busje komt om negen uur. Ik heb Erik van hiernaast gevraagd te helpen tillen. We hebben het over de grote meubels niet gehad, maar je hoeft niet alles mee te nemen, mijn moeder heeft spullen zat."

Lotte dronk haar laatste slok thee uit een beker met een barst in het oor. Een detail dat haar altijd aan hem had geërgerd. Hij dronk nooit uit die beker.

Om negen uur precies stopte er een wit bestelbusje voor de deur. Daan en Erik sjouwden de tassen naar buiten. Daan floot erbij.

"Zo! Dat is het dan. Klaar voor de grote reis." Hij gaf haar een onhandige knuffel. "Rij voorzichtig. App me als je bij de afslag Meppel bent. Dan weten we hoe laat je er bent."

Lotte stapte in. De chauffeur, een stille man met een visserspet, startte de motor. Daan stak zijn duim op.

Ze reden de straat uit. Lotte keek niet om. Ze keek op haar telefoon en opende de app die haar vriendin Lize haar had gestuurd. Een appartement in Utrecht, tijdelijk beschikbaar. Lize had de sleutel gisteravond nog gebracht.

"Chauffeur," zei ze. "Kleine wijziging. We gaan niet naar Drenthe. We gaan naar Utrecht. Centraal Station."

De man haalde zijn schouders op. "U zegt het maar."

Twee uur later stond ze in een lichte, lege woonkamer met uitzicht op een gracht. Ze zette haar tassen neer, ademde in.

Haar telefoon trilde. Daan.

"Niet gezien wat ik je net stuurde. Hier het adres. Odoorn. Vergeet niet de postcode."

Ze typte terug: *Daan. Lees dit goed. Ik ben niet naar je ouders gegaan. Ik ben vertrokken. Voorgoed. Mijn adresgegevens krijgen jullie niet. Daarnaast: ik heb de gezamenlijke rekening geblokkeerd en het spaargeld overgemaakt naar mijn eigen naam. Dat geld was altijd van mij. Je hebt twee weken om het huis te verkopen of mijn deel uit te betalen. Anders neem ik juridische stappen.*

Ze verzond het bericht en zette haar telefoon uit.

Het was middag toen ze met Lize in een lunchroom zat. Lize had een glas wijn genomen, Lotte hield het bij muntthee. De telefoon van Lize ging.

"Niet opnemen," zei Lotte.

"Het is je schoonmoeder. Of nou ja, ex-schoonmoeder."

"Juist."

De telefoon bleef overgaan. Vijf gemiste oproepen van Renske. Zeven gemiste oproepen van Daan.

Toen Lotte haar toestel weer aanzette stond de voicemail roodgloeiend.

*"Lotte, met mam. Het spijt me zo. Als ik iets verkeerd gezegd heb… Kom alsjeblieft. De taart staat nog."*

*"Lotte, je bent gestoord! Mijn hele familie staat voor gek! Bel me NU!"* — Daan, overslaand.

*"Waar ben je eigenlijk? Je beseft toch wel dat je geen cent krijgt van mij? Ik sleep je voor de rechter!"* — Renske, ijzig.

Lotte luisterde naar alles. Daarna opende ze een nieuw bericht aan Daan.

"*Ik wil een scheiding. De papieren liggen binnenkort bij je op de mat. Als je erover wilt praten, doe dat dan via mijn advocaat. Enneh…*"

Ze aarzelde. Toen voegde ze toe:

"*…heel veel plezier met je ouders in Odoorn. Fijne appeltaart.*"

Ze legde haar telefoon met het scherm naar beneden op tafel.

Lize keek haar aan. "Hoe voel je je?"

Lotte keek naar buiten, naar de gracht waar een rondvaartboot langzaam onder een brug door gleed.

"Rustig. Voor het eerst in jaren."

Ze pakte haar tas, haalde er haar schetsboek uit en begon te tekenen. Geen opdracht. Geen deadline. Gewoon een lijn op papier die nergens heen hoefde.

Bedöm artikeln
( No ratings yet )
De Laatste Avond in Rotterdam